In de sport is dat vanzelfsprekend.
Niet omdat de atleet het niet kan, maar omdat je niet naar jezelf kunt kijken terwijl je presteert.
Een coach kijkt van buitenaf. Vanuit een ander perspectief ziet hij wat jij niet (meer) ziet.
In organisaties is dat minder vanzelfsprekend.
Je geeft richting, hakt knopen door en krijgt steeds minder feedback.
Dat werkt. Tot het niet meer werkt.
In de topsport heet dit trainen.
In organisaties wordt er pas hulp gezocht als het niet meer soepel loopt.
Eigenlijk is het gek dat dat verschil bestaat.
Misschien wordt het tijd dat coaching net zo vanzelfsprekend wordt in het werk als in de sport.
Vond je dit nu een leuk artikel en wil je er meer over weten?
Of wil je even met mij sparren? Laat het mij gerust weten en wie weet spreken we elkaar snel!

